menu
Word Lid
Na de studie van David Vandekerkhove: nú is het aan N-VA om te handelen
Na de studie van David Vandekerkhove: nú is het aan N-VA om te handelen

Na de studie van David Vandekerkhove: nú is het aan N-VA om te handelen

Vlaams Belang Ronse wenst te repliceren op de artikelen verschenen over de
toepassing van de faciliteiten en de verschillen op dit vlak tussen Vlaanderen
en Wallonië naar aanleiding van een thesis van een Ronsese schepen, met
maximale aandacht in de media.
De masterproef van schepen David Vandekerkhove is nuttig en degelijk werk,
maar de politieke conclusie is allesbehalve nieuw. We weten al langer dat de
faciliteiten in Vlaanderen doorgaans strikt worden toegepast, terwijl Waalse
faciliteitengemeenten hun Nederlandstalige inwoners vaak in de kou laten
staan. Dit kon ik aan den lijve ondervinden toen ik onlangs aanwezig was
tijdens een zitting van de gemeenteraad van Vloesberg (een Nederlandstalig
gemeenteraadslid werd tijdens deze raad zelfs verplicht ontslag te nemen). In
Ronse moest de correcte toepassing van de taalwetgeving zelfs via de
rechtbank worden afgedwongen in 2025.
De meerwaarde van deze studie is dat zij die jarenlange scheeftrekking nu
systematisch en wetenschappelijk documenteert voor zes
taalgrensgemeenten. Daarmee levert de schepen bijkomend bewijsmateriaal
voor wat Vlaams Belang al jaren aanklaagt en waarover Barbara Pas ook in
de Kamer herhaaldelijk vragen heeft gesteld.
Voor Vlaams Belang is het uiteindelijke standpunt duidelijk: de taalfaciliteiten
waren bedoeld als een tijdelijke overgangsmaatregel om taalminderheden te
laten integreren in het taalgebied waarin zij wonen. Ze waren nooit bedoeld
als een eeuwigdurend collectief taalrecht. Meer dan zestig jaar later zijn ze
niet alleen permanent geworden, maar worden ze bovendien totaal
asymmetrisch toegepast.
De voorbeelden zijn bekend. In Vlaanderen worden faciliteiten nauwgezet
toegepast en desnoods juridisch afgedwongen. In Waalse
taalgrensgemeenten wordt het Nederlands daarentegen geregeld genegeerd,
zonder dat daar ernstige gevolgen of sancties aan verbonden zijn. Ook de
problemen rond Nederlandstalig onderwijs in Komen tonen aan dat de
federale taalwetgeving aan Waalse kant onvoldoende wordt nageleefd, in
tegenstelling tot Franstalig onderwijs te Ronse.
Wij pleiten daarom voor de afschaffing van de faciliteiten en onze partij heeft
daartoe ook wetsvoorstellen ingediend(1). Zolang daarvoor geen meerderheid
bestaat, moet de federale regering er minstens voor zorgen dat de bestaande
wetgeving aan beide zijden van de taalgrens op dezelfde manier wordt
toegepast en gehandhaafd.
Daar ligt nu de politieke verantwoordelijkheid van de N-VA. Zij is de leidende
partij van de federale regering en levert met Bart De Wever* de eerste
minister. Een oproep van een lokale N-VA-schepen aan “de federale regering”
volstaat dan ook niet. Hij moet in de eerste plaats zijn eigen partij oproepen
om daadwerkelijk op te treden.
Wij waarderen dus dat schepen Vandekerkhove het probleem en de analyse
wetenschappelijk heeft onderbouwd. Maar nu moet zijn partij bewijzen dat zijn
masterproef meer is dan een interessante academische vaststelling. Ofwel
zorgt de federale regering voor effectieve controle, handhaving en sancties in
de Waalse faciliteitengemeenten, ofwel maakt ze werk van de afschaffing van
het disfunctionele faciliteitensysteem. Alles daartussen laat de bestaande
discriminatie van Nederlandstaligen gewoon voortbestaan. Voor een
Vlaams-nationalistische partij zou dat een blamage en een smet op het
blazoen zijn!
Joost Hysselinckx, bestuur VB Ronse.
(1)
05 Vraag van Barbara Pas aan Bart De Wever (eerste minister) over "De oproep van de
stad Ronse aan de federale regering over het faciliteitenstatuut" (56007969C)
05.01 Barbara Pas (VB): Mijnheer de premier, het is ondertussen een half jaar geleden dat
de stad Ronse werd veroordeeld omdat ze de taalfaciliteiten niet integraal toepaste. De stad
heeft ondertussen beslist om tegen dat arrest in beroep te gaan, maar tegelijkertijd rees
vanuit de stad Ronse scherpe kritiek op de passiviteit van de federale regering in die
zaak.
Ik citeer de cd&v-burgemeester: "Vandaag zitten N-VA, cd&v en Vooruit in de Vlaamse en
Belgische meerderheid, maar ze ondernemen niets tegen faciliteiten die totaal achterhaald
zijn. Brussel moet zijn verantwoordelijkheid nemen."
* “Tegelijk laat u toe dat er met twee maten en twee gewichten wordt
gewerkt. Dan rest er maar één andere oplossing. U moet afdwingen
dat de faciliteiten in de Waalse faciliteitengemeenten even integraal
wordt toegepast als in Vlaanderen. U kunt als premier toch niet
toestaan dat er sprake is van een ongelijke behandeling in een gelijke
situatie? Het is het ene of het andere”.

ONTVANG ONZE NIEUWSBRIEF